Eindelijk mag ik vandaag weer op bezoek bij oma in het
verpleeghuis. Ik heb haar bijna vier maanden niet mogen bezoeken vanwege de
pandemie. Ik voel me als een jarig kind dat veel te vroeg wakker is in
afwachting wat er allemaal gaat komen op haar verjaardag. Als ik de auto instap
voel ik de zenuwachtige kriebel in mijn buik. Weet oma nog wie ik ben? Kunnen
we ons wel aan de anderhalve meter afstand houden op haar kamertje? Hoe ziet
oma eruit nu ze al maanden niet meer bij de kapper is geweest?
Eenmaal aangekomen bij het verpleeghuis meld ik me op de afgesproken
tijd bij een mevrouw met een thermometer. Ze stelt me allerlei vragen over mijn
gezondheid van de afgelopen week. Nee, ik heb geen koorts gehad, ook geen snot
en hoef ook niet te hoesten. De eerste hindernis heb ik gehaald. De
ontsmettingszuil is nog een uitdaging. Om alles zo hygiënisch mogelijk te
houden moet je met je voet op een pedaal drukken en je handen onder de fles met
ontsmettingsalcohol houden wat vanuit een rolstoel nooit gaat lukken. Gelukkig
hebben ze voor mij een klein flesje ontsmettingsalcohol. Ik steek mijn handen
zo ver mogelijk uit om afstand van de vrouw te houden. “Als het goed is zit je
oma al op haar kamer dus je kunt direct daarnaar toe”, zijn de instructies die
ik meekrijg. In de lift zet ik het verplichte mondkapje op. Gelukkig is het er
zo een met elastiekjes om mijn oren. Echt handig is het niet. Het ding zakt
iedere keer van mijn neus en als ik hem verder naar boven doe prikt hij in mijn
oog. Terwijl ik de gang oprij moet ik om mezelf lachen. Uit de kamer van oma
schalt harde klassieke muziek. Zachtjes klop ik op de deur en duw meteen de
deur een stukje open. Even is het stil, moeten haar ogen wennen aan mij. Dan
zie ik het kwartje vallen en verschijnt een glimlach van oor tot oor “Ga je een
bank beroven?”, vraagt ze wijzend op het mondkapje. Wat heb ik dit gemist, wat
heb ik haar gemist en even voel ik niet het mondkapje maar de tranen die in
mijn ogen prikken. Ik vertel haar over de pandemie. Ze kijk me aan en luistert
naar mijn uitleg. “Daar heb ik nog nooit van gehoord”, merkt ze op als ik klaar
ben met mijn verhaal. Ze pakt mijn hand, hoe moeten we nou neuzen? Ik vertel
haar weer over de pandemie, dat er veel ouderen overlijden en dat ik daarom een
mondkapje op moet. Even is ze stil, het lijkt alsof mijn woorden moeten
bezinken. “Daar heb ik nog nooit van gehoord”’ zegt ze na enkele
seconden. Een uur mag ik blijven, daarin leg ik een keer of achttien uit
dat er een pandemie is waar zij naar eigen zeggen nog nooit van heeft gehoord. Ze
houdt mijn hand het hele uur vast en draait af en toe aan mijn ring. Als ik wegga
zet ik de radio weer voor haar aan. Op de gang maak ik een praatje met een
verpleegkundige. Hoor eens, fluistert ze. Hard en ontzettend vals zingt oma mee
met haar radio. “Dit heb ik haar al maanden niet meer horen doen”, zegt de
verpleegkundige, als we beide onze tranen weg slikken. Het is duidelijk, oma
heeft mij ook gemist.