woensdag 18 oktober 2017

Een lawine van rauwe rouw

Terwijl we bij de oogarts weglopen bedenken we spontaan even naar Ikea te gaan. Sommige dingen gaan nu eenmaal wel in ons hoofd, zoveel dingen waar we nog in dwalen. Er moeten nog nieuwe oogdruppels gehaald worden dus dat doen we dan maar in de ziekenhuis apotheek. Dan hoeven we niet helemaal langs huis en kunnen we direct de A12 opschieten. In de auto kletsen we wat over koetjes en kalfjes, zingen we de o zo bekende teksten mee uit Jesus Christ Superstar. Eenmaal binnen bij Ikea beginnen we met koffie en lunch, vooral de lunch was er bij mij een beetje ingeschoten. We besluiten dat we niet de hele showroom door gaan en nemen meteen de lift naar beneden. Afwasborstels, scharen, nog wat kookspullen verdwijnen in de gele tas. Bij de planten komen we de amaryllis tegen, mam vind ze vroeg dit jaar en besluit er twee mee te nemen. We zoeken een roze en een witte uit, de rode vallen iets minder in de smaak. Ik zet de plantjes op schoot zodat we beide onze handen vrij hebben om hand in hand door te lopen. Aan het begin van het magazijn is Ikea al in kerstsferen. De sfeer overvalt me keihard ineens zonder aan te kloppen. Mam geeft aan dit jaar misschien geen boom neer te zetten, maar als ze het doet doet ze het voor mij. "Waarom zou je het doen?" Vraag ik haar. "Nou ja het geeft toch een sfeer, een boom hoort er ook wel bij". "Mam, kerst is de eerste keer zonder pap en met oma ver weg. De sfeer hangt niet af van de boom dus als jij hem niet neer wilt zetten geef ik je daar groot gelijk in. Je kunt wel dat ding met die elektrische kaarsjes voor het raam zetten, dat lijkt me sfeer genoeg." Daarna verzinken we beide in onze eigen gedachten. De rijen zijn lang dus we sluiten maar ergens aan. Ik voel dat ik sta te vechten tegen de tranen die soms als een lawine over me heen komen. Ademhalen denkt mijn hoofd, jezelf afleiden dus zo neem ik de omgeving maar weer eens in me op. Ik probeer de prop in mijn keel weg te slikken. Wat gelukkig op dat moment ook lukt. Voor ons staat een vrouw met haar moeder en dochter, moeder heeft moeite met de lange rij die maar niet opschiet. Dochter heeft al een aantal keren gezegd dat ze ook even verderop kan gaan zitten, maar de moeder is eigenwijs. Als onze blikken elkaar kruisen bied ik aan dat ze wel even op schoot mag zitten als ze dan maar niet op mijn plantjes gaat zitten. Ze moet lachen en we kletsen wat waardoor het wachten sneller gaat.
Na het afrekenen lopen we terug naar de auto, altijd een beetje dwalend door het Ikea doolhof. Als ik de transfer naar mijn autostoel maak en de achterklep in het slot klikt komen de tranen alsnog. Ik leg mijn hoofd op de schouder van mam en piep: ik wil dat het nooit meer kerst wordt, ik wil geen boom, geen sfeer, geen lampjes, ik wil pap terug! Ondertussen snotter in mijn moeder haar jas onder. Mam probeert me te troosten, maar ook zij heeft geen woorden en alleen maar tranen. Om ons heen valt de wereld even stil. Dit is wat er nu is, te groot verdriet waarin we soms zo stikken. Zo voelt de eeuwig durende heimwee die dan zo tastbaar is. Mam verloor haar grote liefde, de man waarmee ze oud zou worden, degene waar ze toekomstplannen mee had. Ik verloor mijn vader, de man waar ik zo vaak kwam voor advies, degene die in mijn toekomstplannen een rol had. Samen moeten we verder. Samen vallen en samen opstaan. We hebben geen keus, hadden we die maar. Als de tranen zijn gestopt, de snotterneus is opgehaald start ik de auto om naar huis te rijden. Nasnikkend voeg ik in op de A12, soms rolt er nog een verdwaalde traan over mijn wang. Bij de benzinepomp halen we sigaretten. Ja mam je kunt je hele leven nog stoppen! Vandaag kunnen we weer even verder, samen en ook alleen.

Ook dit jaar wordt het kerst, maar nu nog even niet, de rouw is echt nog even te rauw...

vrijdag 13 oktober 2017

9 maanden, het is zoals het is

"Want je kunt niet zeker weten want alles gaat voorbij …”
Boudewijn de Groot

Vrijdag de 13e. Ik piep op zonder afspraak, geen haast vandaag of vroege afspraken. De ADL’er die opneemt is dezelfde als die mij 9 maanden geleden uit bed haalde. Terwijl ik nog even op haar wacht komen de herinneringen als vanzelf weer voorbij, alles was anders op die onstuimige vrijdag 13 januari. Die dag staat van minuut tot minuut in mijn geheugen gegrift, de details heb ik opgeslagen in iedere vezel van mijn zijn.
9 maanden geleden sloten we met dierbaren de kist van mijn vader en brachten we hem naar het crematorium. Nog een keer konden we dicht bij hem zijn, nog een keer konden we hem zien, nog een keer de laatste woorden zeggen. Terwijl ik de schroef in de kist sta te draaien voel ik dat alle grond onder mijn voeten weg wordt geslagen. Alsof ik val in een afgrond die geen einde heeft en waar ik me nergens aan vast kan grijpen. Zoals het vaak gaat in de waan van de dag weet ik me te herpakken en mijn automatische piloot doet wat er van mij verwacht wordt. Ik rij als eerste volgwagen achter de rouwwagen aan. Het klapperende vlaggetje op mijn ruit. Nog een laatste keer over het parkeerterrein bij de flat van mijn ouders. Er staat een buurvrouw op het balkon, ze zwaait ingetogen. Hoe vaak heeft ze daar niet staan zwaaien als mijn vader uit zijn werk kwam?
We wachten in de regen voor de poort van het crematorium, precies om half 5 luidt de klok en mogen we oprijden. Bim, bam, bim bam ondanks dat de ramen in de auto gesloten zijn dringt dit geluid dwars door alles heen. Een half uur later begint de dienst, luisteren we naar muziek, spreek ik mijn laatste woorden. De regen is gestopt als we achter de baar naar het crematorium lopen, om mij heen een raar soort stilte en rust. Ergens ver weg hoor ik de vriendin die naast mij loopt zeggen dat de bomen zo mooi afsteken tegen de hemel waar de dag zich langzaam voor de nacht verruilt. Onder het afdak, naast de kist zie ik hoe mensen de laatste eer aan mijn vader bewijzen, een knik, even stilstaan, de kist aanraken en nog bloemen neerleggen.
Ineens staat ze voor me, een vriendin die zo belangrijk voor me is, maar waarvan ik nooit had verwacht haar daar te zien. Op dat moment breek ik, stromen de tranen over mijn wangen en zoek ik bescherming bij haar, zo veilig en vertrouwd. Zij, mijn lichtpuntje op die veel te zware dag.
Als de stroom mensen weg is is het ons laatste moment van afscheid. De deur van het crematorium gaat langzaam open en mijn vader wordt naar binnen gereden.
Dit was het dan 34 jaar, 9 maanden, 4 dagen waarin mijn vader mijn aardse vader was. Weer het gevoel van eindeloos vallen en weer herpak ik mezelf,  we moeten naar de koffieruimte waar zoveel mensen op mij en mama wachten…

Vandaag 9 maanden later maak ik de balans op, kijk ik terug op verdriet, rouw, wanhoop, ontreddering maar ook op kracht, andere energie en mijn gevoel volgen.  Ik ben veranderd. Heb een leven voor en na het overlijden van mijn vader. Andere dingen zijn belangrijk geworden in mijn leven, kan en wil me niet meer druk maken over sommige dingen. “Ga je mee verdwalen? Ik weet de weg” was mijn levensmotto, heel voorzichtig veranderd dat in


Het is zoals het is …

woensdag 13 september 2017

8 maanden rouw, C'est la Vie...

De eerste herfststorm van 2017 is een feit. Terwijl de wind hard tegen mijn huis aan beukt en maar blijft loeien voel ik datzelfde in mij. 8 maanden geleden, fucking 8 maanden geleden, beleefde ik de meest onwerkelijke en surrealistische dag van mijn leven. Gebroken van verdriet en pijn reed ik achter een rouwwagen aan. De rouwwagen waarin mijn pap werd vervoerd. De dood had hem de zaterdag ervoor gevonden, gekust en meegenomen. De dood was ons allen te slim en te snel af geweest. Met lege handen en volledig gebroken bleven we achter. Niets was veranderd, ook niets gewoon en normaal meer.
Alles was tot in de minuscule puntjes geregeld voor de uitvaart op vrijdag de 13e, vele keren een appje vanuit paniek aan de uitvaartondernemer met de vraag of echt alles geregeld was. Steeds wist ze me weer gerust te stellen, stuurde ze me stukken toe, mocht ik de controle van haar houden die ik juist zo kwijt was. In de aula 8 maanden geleden zou ik mijn laatste woorden spreken. Ik wachtte op de knik, dit was mijn moment, het allerlaatste. Een soort oersterke kracht overviel me in combinatie met boosheid mijn speech, ieder woord, iedere lettergreep, iedere punt moest ik goed uitspreken. Iedereen in de zaal zou mijn verdriet voelen. Nog even mijn ogen op de kist gericht een paar seconde om dat gevoel een plek te geven. Een diepe ademhaling, trillende handen. Langzaam maar zelfverzekerd komen de eerste woorden uit mijn mond;

“Gekke, stoere, lieve lieve papa,

Afgelopen zaterdagavond werd ik letterlijk wakker in mijn grootste nachtmerrie.
Hoe hard ik mezelf ook knijp.
Hoe leeg en verlaten je rolstoel al dagen in jouw kamer staat.
Nog steeds besef ik me nauwelijks dat je er echt niet meer bent.

Jouw lijf er niet meer is om bij te schuilen.
Jouw hand er niet meer is om te high fiven.
Jouw ogen nooit meer stralen.
Jouw lippen niet meer praten.
Jouw mond er niet meer is om een kus te geven.

We nooit meer lachen zoals alleen wij dat kunnen.
We nooit meer knuffelen.
We nooit meer samen knalhard en vals zingen.
We nooit meer samen naar Scheveningen gaan.
We nooit meer aan tafel politiek en werk bespreken.
We nooit meer frietjes eten terwijl mama de bloemkool klaar heeft.

We nooit meer…

Er zijn gewoon teveel nooit meers…

De ergste is dat ik nooit meer tegen iemand papa kan zeggen”

Ik besluit mijn speech met de woorden:

“Op 15 april ben je 65 geworden.
Bij het cadeau wat ik je gaf schreef ik de volgende woorden:
Misschien zeg ik het te weinig en laat ik het te weinig merken, maar ik hou van je, pap…
Ik hou van je tot aan de maan en terug!!!”

De muziek wordt ingezet en ik rij terug naar mijn plaats. Daar barsten de tranen los, beseffen dat dit mijn laatste woorden waren. Buiten de aula stormt het steeds harder, in mij breekt een tijd los waar geen storm tegen op gewassen is. 8 maanden rauwe rouw, 8 maanden doelloos en verdwalend, 8 maanden waarin ik me afvraag waar ben je nou, maar ook 8 maanden waarin ik weet hoe eeuwig durende heimwee soms zo verschrikkelijk verstikkend kan zijn…


Ik vecht niet tegen de storm, dat heeft geen zin, vandaag mag het we even allemaal zijn. C’est la vie, dat zou pap gezegd hebben…

zondag 23 juli 2017

Conclusie: ik snap er echt niks van

De laatste meters van de tour de France verstrijken. Teveel mannen op een fiets op te dunne bandjes rijden als malloten de laatste ronde op de Champs-Élysées te Parijs. De tv commentator houd mij op de hoogte van de tactieken. Op welke plek de winnaar zou moeten rijden, wie juist op de verkeerde plek fietst en wie wie naar voren trekt om niet te winnen maar om de ploeg eerste te laten winnen. De laatste 3 weken volg ik af en toe de tour. Vooral de bergetappes zijn prachtig om te zien, want van de hele tour als spel snap ik werkelijk niets. Ik ben opgegroeid met de tour. Als we thuis waren werd er vaak gekeken, in de auto luisterden we naar de verslaglegging en op de camping luisterden we naar de tour de flits op radio wereld omroep.
Mijn vader heeft me de liefde voor de tour bijgebracht. De laatste jaren keek pap bijna alle etappes als daar tijd voor was. Wat genoot hij van de tour die in Utrecht startte en door Gouda heen reed. Met een tompoes op schoot, die eigenlijk bij voetballen hoort, keken we naar de route en herkende we de wegen waar we zo vaak reden. Het enige wat ik niet mee heb gekregen van mijn vader is de uitleg van de tactiek. Ik snap er daadwerkelijk geen snars van. Misschien ben ik teveel vrouw. Ik denk alleen fiets zo hard als je kunt en dan win je wel of niet. Toch schijnt het zo niet in elkaar te zitten, je verliest als het niet is afgesproken dat je mag winnen. Beste sneu als je goede benen hebt...?!
Zo hadden pa en ik nog een andere afwijking, de voetbalwedstrijden van Nederlands elftal bij de grote toernooien kijken. Volledig in het oranje gehuld. Natuurlijk inclusief tompoes zaten we voor de tv. Samen schreeuwden we mijn moeder de kamer uit bij ieder doelpunt en mopperden we op spelers als er iets verkeerd ging. De liefde voor voetval heeft mijn vader weer van zijn vader meegekregen. Als klein jochie mocht hij vaak de eerste helft kijken, tijdens de pauze treuzelde hij met naar bed gaan in de hoop de tweede helft te zien. Soms lukt het en mocht hij opblijven.

Toch hadden pa en ik een stilzwijgende afspraak; stel geen vragen over de inhoud van voetbal. Zo begrijp ik weinig van buitenspel of de reden van de hoekschop. Ik wil het ook niet weten want het maakt me eigenlijk helemaal niks uit. Zo is voor mij voetbal net zoiets als de tour leuk om naar te kijken maar zonder echt verstand van zaken...
.
Dit jaar keek ik grote delen van de tour, de bergetappes, de sprinten en de valpartijen alleen. Momenten van groot gemis overvallen me als ik kijk naar die eindeloze bergen. Niemand meer die de vraagtekens boven mijn hoofd beantwoord, niemand om toch stiekum aan te vragen waarom er niet wordt gesprint en niemand die me aan wijst over wie de tv commentator spreekt. Naast mij was het te stil. Het gemis is ook met de tour te groot. Alles is veranderd al is er daadwerkelijk niets anders schreef ik in de bedank kaart, toen nog zo zoekende naar de juiste woorden, nu steeds vaker beseffend hoe groot het gat is.

Het enige wat ik weet is
Dat het gemis echt eeuwigdurende heimwee is.
Dat 28 weken rauwe rouw nog steeds een te groot gemis in mij veroorzaken.
Dat ik de dood te lang vind duren en het wat mij betreft wel klaar is.
Dat zoeken, niet vinden en verdwalen er zo bijhoort.
Dat de tour en voetbal stom is om zonder jou te kijken.
Dat ik hoe hard ik mijn best ook doe echt niets maar dan ook miets van het leven begrijp...

woensdag 7 juni 2017

Afscheid nemen, de klok tikt rouw door

7 januari - 7 juni 2017
5 maanden
21 weken
150 dagen
Minuten
Seconden

Hoeveel woorden zou ik de afgelopen maanden geschreven hebben? Hoeveel tranen zijn er over mijn wangen gerold? Hoeveel verhalen heb ik over jou verteld? Hoeveel uren heb ik wakker gelegen? Hoeveel keer keek ik naar de uitvaart of de foto's? Er zijn weinig minuten voorbij gegaan dat ik mijn pap niet mis en niet aan hem denk.
Als ik dit stukje schrijf is het rond 4 uur in de ochtend. Buiten waait er een harde wind en af een toe slaan de regenstriemen hard tegen de ramen. Verder is het zo vroeg in de ochtend nog stil. Er is nog geen nacht voorbij gegaan die ik uit heb geslapen zoals ik dat gewend ben. Gebroken nachten steeds weer. Soms zoek ik je, soms is het gemis in de donkere nacht te groot, soms angst dat mama ook zo plots gaat, maar vaak gewoon wakker zonder echt duidelijke aanwijsbare reden. Ik kan niets anders dan me er bij neerleggen dat het er voor nu gewoon bij hoort. De wereld van mijn rouw bestaat nog uit grijstinten, alles is anders, maar niets daadwerkelijk veranderd. Het gemis doet pijn.
Rouw is een begrip waar iedereen zelf een invulling aan moet geven. Er is niemand die je kan vertellen hou je het best of makkelijkst kunt rouwen. Simpelweg omdat er geen makkelijke en simpele weg is. Rouw is snoeihard werken ook met energie die er helemaal niet is. Rouw slaat mij lam en zelfs een beetje passief. Ik kan het niet een dagje uitzetten en terug naar toen alles nog "normaal" was. Vele boeken beschrijven een ongrijpbaar en grillig proces. Waarin afscheid, herinneringen en rituelen centraal staan. De clichés over rouw die ik ken blijken allemaal waar. In tijden van rouw leer je echte vrienden kennen. De vijf stadia van rouw die rommelig door elkaar heen lopen. Buitenstaanders die het lastig vinden er wat over te zeggen of te vragen. Laatst had ik het met een vriendin over afscheid nemen, zij verloor haar moeder anderhalf jaar geleden. In die tijd deed ik achteraf gezien de stomste dingen, toch probeerde ik er voor haar te zijn. Soms sloeg ik de plank volledig mis. Vaak gewoon een suf kaartje of een berichtje om te laten weten dat ik haar niet vergeten was.
Het begrip afscheid is voor ons bij de deur, 3 dikke zoenen een knuffel en dan zwaaien we; "doeg, tot ziens" en roep ik "laat even weten als je thuis bent". Voor ons is dit afscheid we weten dat we elkaar een volgende keer weer zien.
En daar stond ik 7 januari rond half 11 ’s avonds, bij het lichaam van mijn vader, afscheid te nemen. Alleen had ik geen idee hoe ik dat moest doen. De factor nooit meer maakte het nog ingewikkelder. Dit kon toch niet? Jong, niet ziek, nog van alles te bepraten. Hoe kon ik afscheid nemen van mijn papa waar houden van nog verder gaat dan de maan en terug?! Werkelijk iedere emotie vloog ongrijpbaar door mijn hoofd en lijf. Ingestort verdrietig, maar ook een lach. Alles was er zonder dat ik daar enige invloed op had. Ik bevond me in een rare roes tussen slaapdronken en te helder wakker. Moest nadenken over de gekste dingen. Tijd inkopen bij het crematorium en de kleur van een kist kiezen. Als ik de afgelopen 5 maanden in woorden samenvat kom ik uit op puurheid, (ver)dwalen in rouw gemis.

Er zijn uren dat de chaos in mijn hoofd explodeert.
Er zijn uren dat het verdriet ondragelijk groot is.
Er zijn uren dat de gekste herinneringen naar boven komen..
Er zijn uren waarin ik je maar blijf zoeken, gefrustreerd omdat ik je niet vind.
Er zijn uren waarin ik denk dat ik alles heb gedroomd.


De klok tikt door, steeds maar weer…

dinsdag 16 mei 2017

Mijn vader, de wind...

15 mei 2017

Dag 127, ik heb het tellen van de dagen overgelaten aan een app. Scheelt stress, als ik zelf soms de tel kwijt ben. Dit is iets waar ik steeds vreselijk in kan verdwalen. Het gereken met dagen kost me soms uren. We zijn pas 18 weken en 2 dagen verder, ik weet op de minuut nauwkeurig wat ik deed in de dagen die volgenden op jouw plotselinge heengaan.
Als ik vandaag in de auto onderweg ben naar het zwembad, hoor ik op de radio ren Lenny ren een nummer van Acda en de Munnik. Ik vraag me al jaren af waar dit nummer nou eigenlijk echt over gaat. Zing het van A tot Z mee. Deze keer raken de woorden me zoals ze nog nooit hebben gedaan. In de auto komen de woorden snoeihard en rauw binnen.

Zoek me om je heen als je voelt dat je me mist
Ik weet gerust wat mijn vertrek heeft aangericht
Ik kom wanneer je wilt
Denk maar mijn vader is de wind
Ik ben zo licht nu
Ik vind altijd je gezicht

Zoek me om je heen als je boos bent of verdrietig
Of vertellen wilt van wat je hebt beleefd
Ik kom wanneer je wilt
Ik ben je vader toch, de wind
En veel verschilt het niet van hoe snel ik heb geleefd

Als het pannen van daken waait
Als het gras naar je voeten graait
Als de wind langs je wangen aait
Hier ben ik!

Als de zee je met schuim bezingt
Als het huilen langs huizen klinkt
Als de wind je voorover dwingt
Hier ben ik!

Ren Lenny ren
Als je me mist ren even heel hard met me mee
Ren Lenny ren
En ben je boos, heb je geen zin
Ren dan toch hard tegen me in
Ren Lenny ren

Zoek me in de bomen
Zie de toppen zwaaiend gaan
Ik ben je vader de wind, ik kom er aan!
Zoek me in de havens
En als de boten langzaam dansen gaan
Je vader, de wind komt er aan!

Als het graan op de velden wuift
Als het zand over duinen stuift
Als de wind zelfs je fiets verschuift
Hier ben ik!

Als het haar voor je ogen waait
Als je jas om je lichaam draait
Als de wind langs je wangen aait
Weet dat ik je mis!

Ren Lenny ren
Als je me mist ren even heel hard met me mee
Ren Lenny ren
En ben je boos, heb je geen zin
Ren toch, maar hard tegen me in
Ren Lenny ren n n n

De tranen komen als vanzelf en rollen stilzwijgend over mijn wangen. Weer tranen, soms kan muziek zo triggeren in het verdriet. Ik laat de tranen gaan, zonder oordeel, zonder gene, ze mogen er zijn. Nadenkend over de tekst rij ik rustig door naar het zwembad, het lijkt alsof ik ineens minder haast heb. dat ene kleine moment van even rust overvalt me. 
Mijn vader; de wind. Ik zoek je om me heen… omdat ik je met de dag erger mis. Het gat lijkt steeds groter te worden er is nog even niets wat dat op kan vangen. Ik besef me dat je altijd om me heen bent en zal zijn. Dat je binnen komt via de roosters van mijn huis, open deuren, ramen en ik je altijd op kan zoeken bij het water. Al kan ik je niet meer zien, horen, ruiken en voelen toch ben je zo ontzettend dichtbij. Want de wind is altijd wel ergens. Windstille dagen kunnen er niet meer zijn, niet meer in mijn leven. Ik zal de wind blijven zoeken steeds weer, zolang ik leef. Even hoef ik minder te verdwalen op zoek naar jou en doe mijn auto raam open. Je komt hard met een hoop gedender binnen. Gooit mijn haar door de war, droogt mijn betraande wangen. Ik huiver. 

De wind zal me de komende tijd wijzen in mijn kwetsbaarheid, verdriet en wanhoop. Er komen dagen dat ik mee zal waaien, zoals de bloemen in het open veld. Doelloos, ontreddert op zoek naar houvast. Een beetje controle los laten en vertrouwen op de weg waar ik naartoe waai. Toch zal ik wanneer ik dat nodig acht tegen de storm in gaan. Dan kies ik mijn eigen weg, hoe hobbelig ook. Nimmer zal de wind krachtig genoeg zijn om me volledig omver te blazen. Mijn ouders noemde me 35 jaar geleden Petra. De betekenis is rots. Mijn naam verwijst naar vastheid en betrouwbaarheid; rotsvast. Hoe hard de wind zal waaien in mijn leven alleen zon, wind, zand en water hebben invloed op de structuur...

“Hoe recht je staat. 

Heeft met zwaarte niets te maken. 

Hoogstens met de wind…”

zondag 7 mei 2017

Verdwalen in rouw

Steeds begin ik opnieuw met woorden op papier te zetten. Ik wil ze vastleggen zodat ik ze heb en terug kan lezen. Dat ik dan weer kan voelen hoe ik mij nu voel, hoe groot de verwarring is, hoe ik zoek maar niet vind. Ik wil alles vasthouden en bij me houden. Dit is hoe ik ben veranderd in een onveranderde situatie. Alleen krijg ik de echte emoties niet goed op papier. Daar zijn het misschien ook emoties voor, anders waren het wel woorden geweest. Toch blijf ik het iedere keer weer proberen, al merk ik dat de pogingen vaak tevergeefs zijn. Mijn lat ligt hoog, zoals hij altijd heeft gelegen dat hoort bij mij, in rouw hoort dit dus ook bij mij. Alles moet goed en perfect. Er is niets meer wat we over kunnen doen. Schrijven helpt me een beetje om de dikke wollige en warrige mist in mijn hoofd dragelijker te maken.

Ik vertil me zo aan het leven de laatste maanden. Ben zo zoekende. Weet eigenlijk ook niet goed wat ik zoek. Ik zoek jou. Jou die we in enkele ogenblikken hebben moeten overdragen aan de dood die zo plotseling verscheen. De dood komt zonder aankondiging. Ineens is hij er, maar is weer weg tegen de tijd dat ik hem had kunnen aanspreken en vertellen dat er iets verkeerd was gegaan op zijn to-get-lijstje.  Je was niet ziek, had plannen zat en pas 65 jaar. Te jong om al gehaald te worden. Ik heb altijd geloofd dat alles een reden heeft, dat niets toevallig of zomaar is. Welke reden heeft dit? Hoe lang ik er over nadenk het blijft stil. Nu sta ik met lege handen, verslagen en berooid. Zijn er echte gaten in het leven. Jouw vertrek heeft een krater geslagen, een wond waarvan ik nu al weet dat deze nooit helemaal zal helen, omdat dat is wat gemis, verlies en rouw doet,

4 maanden, 117 dagen. Ik blijf tellen. Het lijkt alsof tellen me nog enigszins op de been houdt. Het geeft structuur. Zodat ik iedere dag weet hoe ver je al weg bent in tijd. Iedere seconde is een minuut bij je vandaan. Ook vertelt de kilometerteller in de auto hoeveel kilometers ik al zonder je heb gemaakt, al bijna 4500. Raar dat mijn hoofd juist dit soort onbenullige dingen onthoud en als belangrijk ziet. Terwijl ik regelmatig in de supermarkt me sta af te vragen wat ik ook alweer moest halen, de verkeerde wegen kies naar een afspraak en ineens weer voor mijn eigen deur sta, afspraken vergeet en niet altijd even goed voor mezelf zorg. Het is soms zo dwalen en verdwalen. Hoe langer je weg bent hoe groter het gemis lijkt te worden. Alsof het stof eerst moest neerdwarrelen voordat we de schade konden bekijken.
Acceptatie schijnt het toverwoord te zijn. Als ik accepteer dan vergaat ook de hoop. De hoop op wat?! Natuurlijk weet ik dat je niet terug komt, dat het vast goed is daar waar je nu bent, dat dit mijn levensweg met jou was, dat dit een definitief einde is. En toch?! Toch hoop ik het stiekem wel, hoop houd me nu ook even op de been, dat sprankje laat ergens diep van binnen een minuscuul lichtje branden…

Als ik je ’s nachts kwijt ben.
Als de nacht te donker om me heen voelt.
Als het lampje op mijn slaapkamer te weinig licht geeft.
Dan open ik het gordijn.
Zoek ik de maan.

Omdat in mijn verdwalen “ik hou van jou tot aan de maan en terug altijd zal blijven bestaan…”