dinsdag 21 november 2017

Herinneringen aan dat wat was en altijd zal zijn

De intercom gaat al een tijdje over. De ADL-assistenten zijn duidelijk allemaal bezig en dat betekend voor mij wachttijd. Terwijl ik sta te wachten tot er wordt opgenomen wordt mijn aandacht vanzelf naar het tafeltje waar de herinneringen aan pap staan getrokken.
Vaak lees ik de rouw en de bedankkaart terug, die ik zo zorgvuldig met mam samenstelde. We kozen niet voor vooraf gedrukte teksten, zwarte rouwranden, saaie teksten we wilde juist iets persoonlijks. Zo probeerden we in woorden het grote verlies te vangen en op te schrijven, de tekst moest perfect we konden dit immers maar een keer doen. Het blijft nog zo surrealistisch als ik de kaarten lees, soms alsof het plotselinge verlies ons nog geen uur geleden overkwam, soms beseffend dat we hard op het eerste jaar zonder pap af sprinten. Verder staat er een fotoboekje. In de week na het overlijden hebben we foto’s gemaakt met elkaar en van pap. Zo fijn om die foto’s nu nog eens rustig terug te kunnen kijken en er samen met mam over te praten. Fijn dat het knuffel schaapje op pap paste of wat lagen er super veel bloemen zijn zinnen die regelmatig voorbij komen. Van de begrafenisondernemer kreeg ik net voor Valentijn een stuk chocolade met de tekst to the moon and back erop. Volgens haar nog zo onze tekst dus ook dit belandde op mijn eigen tafeltje vol herinneringen. De crematiesteen ligt er ook, volgens mij is dat het enige voorwerp waarvan ik geen idee heb waarom die daar ligt en toch is dat daar prima. Dus laat ik het maar zo. Een dicht flesje groene Brut aftershave is het laatste voorwerp en misschien ook meteen met meest ingewikkelde. Geur doet zoveel met herinnering, geur sleept mij mee terug naar tijden waarin alles nog hetzelfde en vanzelfsprekend was.

Alleen het zien van het dichte flesje brengt me terug naar zomervakanties in Frankrijk waar we kampeerden. Ieder jaar namen we uit Frankrijk een paar van deze flesjes mee, toen misschien alleen daar te koop. De eerste kampeervakantie was ik 1,5 jaar oud en vooral erg nieuwsgierig en nergens bang voor. Pap en mam waren het achter mij aan sjokken wel een beetje zat dus besloten om me met een lang touw aan een haring vast te zetten zodat ik in ieder geval in de buurt bleef. Binnen een klein kwartier zat ik met draad en al volledig in de knoop en sjouwde de rest van de vakantie weer los rond. Ik haalde snoepjes bij de oude Franse oma en ging wat drinken bij de ouders van een vriend van mijn vader. Pap heeft geïnvesteerd in een badje met 3 opblaasbare ringen. Badje stond toen water erin, te koud dus gingen er wat keteltjes water op het vuur om het water wat aangenamer te maken. Toen zowel mam als pap tevreden waren met de temperatuur van het water mocht ik erin. Zwembroek aan en gaan, nou ja dat was de bedoeling. Alleen bleef ik als een ooievaar recht opstaan en rolde de tranen over mijn wangen, de rest van de vakantie heb ik in de luieremmer gezeten met een beetje water, veel overzichtelijker.
In herinnering zit ik op een schommel, ik zal een jaar of 2,5 geweest zijn. Zo’n bootje met aan beide kanten een bankje. Tot er op een avond een Frans jongetje op mijn schommel zat. Stampvoetend heb ik hem duidelijk gemaakt dat hij weg moest gaan.
Toen ik ouder werd kreeg ik geld mee om op de fiets stokbrood te halen bij de campingwinkel. Steevast kwam ik met 3 stukken brood terug omdat ik steeds uit moest wijken en dan ergens te dicht ergens langs fietste.
Later ging ik zelfstandig naar het zwembad gehuld in zwempak, zwembril, snorkel en flippers waar ik de hele middag doorbracht. Na het zwemmen samen met pap aan de chips waar we proosten met bier en limonade. Herinneringen het zijn er zoveel. Het flesje Brut laat ik nog dicht. Misschien is het nog te ingewikkeld.

“Hallo met L, een van ons komt er zo aan”. Ik schrik op uit alle herinneringen die in mijn hoofd over elkaar heen rollen. “Geen haast hoor, tot zo”, antwoord ik. Ik glimlach naar het tafeltje vol herinneringen zo ver weg maar altijd dichtbij…        

dinsdag 7 november 2017

Ik mis je al 10 maanden rouw

Stop de tijd! 10 maanden omgaan met rouw heeft veel van me gevraagd. Nog dagelijks verdwaal ik in mijn eigen leven op zoek naar datgene wat ik nooit meer zal vinden. Al 10 maanden draag ik de dood met me mee. Er zijn uren waarin een lach en een traan elkaar binnen enkele seconde afwisselen. De emoties liggen zo dicht bij elkaar. Iedere dag wordt het grote gemis een beetje meer. Verdriet zit in de kleine dingen. Samen uren kletsen aan de tafel over alles wat ons bezighield. Als ik nu bij mam eet hoef ik mij geen zorgen te maken of mijn gehaktbal niet spontaan naar een ander bord verhuisd terwijl ik naar buiten kijk om een luchtballon te zoeken die natuurlijk nergens te bekennen is. Zo herinnerde ik me laatst ineens dat ik pa tot wanhoop heb gedreven tijdens een Franse vakantie waarin hij mij de zin ‘Hoe Lang is een chinees’ maar niet uitgelegd kreeg. Mijn kwartje deed er dagen over om enigszins te landen en zelfs toen was ik nog niet overtuigd van mijn antwoord. Soms rollen de herinneringen over elkaar heen. Kan mijn hoofd de 34 jaar herinneringen niet altijd bijhouden. Gelukkig zit herinneren in zo veel verschillende dingen soms groot vaak zo klein en al die momenten probeer ik te vangen maar vooral te koesteren.  10 maanden leven met rouw heeft sommige ingewikkelde dingen heel simpel gemaakt. Heeft ervoor gezorgd dat ik bewuster wil leven. Dat ik andere keuzes maak die een jaar geleden niet eens in me op zouden komen. Het leven wat je leeft heb je deels in eigen handen het andere deel is niet te sturen. Het is zoals het is, de zin die zo vaak terugkomt de laatste tijd. 
Het blijft zoeken naar mijn verdriet wat er vaak ook niet is, toch is er geen uur voorbij gegaan dat pap niet in mijn gedachte is. Zo hou ik hem vast in ons andere en nieuwe samenzijn. Vandaag, precies 10 maanden verder, deed ik mee aan de opname van het tv programma ik mis je. Een ode aan onze band die volgens velen zo bijzonder was en is. Voor veel dingen hadden we geen woorden nodig. In spierziekte begrepen we elkaar, streden we beiden onze eigen strijd. Soms samen maar vaker alleen met de ander langs de zijlijn. Het was fijn om op een plek vol herinneringen mijn verhaal te mogen doen. En zo stond ik vanmorgen na de eerste nacht met vorst dik ingepakt op een prachtige plek aan de IJssel. De mist die boven het water hing, de zon die zijn best deed zich te laten zien maakt de geschoten beelden bijna magisch. Daar vertelde ik over toen, nu en later redelijk ontspannen en rustig. Trots op mijn pap en ook op mijn mam die zo haar best doet het leven alleen weer op te pakken. Voldaan verliet ik uren later de opname lokatie. Thuisgekomen verruilde ik mijn elektrische rolstoel voor mijn handbike en fietste wat kilometers om mijn lijf uit te dagen. 10 maanden rouw waarin schrijven, fietsen en herinneren centraal staan. Stapje voor stapje schuifel ik door de tijd heen omdat dit is hoe het voor mij past. Adviezen neem ik ter harte of sla ik in de wind. Ik kom er wel op mijn tijd passend bij mijn leven...

woensdag 1 november 2017

Verdriet in de onverwachte momenten

Ongeduldig sta ik te wachten tot mijn achterklep open is en de lift tot de grond is gezakt. Ik heb net boodschappen gedaan. Ben nog steeds niet gewend aan het meenemen van een eigen boodschappentas dus er ligt van alles los op mijn schoot. Ook steken er wat dingen uit mijn handtas die zo vol zit en niet meer dicht kan. Natuurlijk haal ik altijd net teveel en vraag ik me niet af als ik alles in het mandje gooi of ik het ook nog mee naar huis krijg. Denk niet dat dit ooit zal veranderen dus accepteer dit maar. Met een hand probeer ik de afstandsbediening van de auto te laten doen wat ik wil zonder dat de boodschappen van mijn schoot rollen. Als ik eenmaal op de lift sta lopen een man en een vrouw langs. Ze blijven staan om te kijken hoe ik de auto in ga. Blijft voor veel mensen een spektakel, het is niet iets wat ze iedere dag zien, iemand die met een elektrische rolstoel een auto in gaat en deze zelf bestuurd.
Wat ik hieraan lastig kan vinden is dat veel mensen een hele uitleg verwachten en het liefst een demonstratie van alle mogelijkheden. Ik vertel dan hoe dankbaar ik ben met mijn vrijheid en dat ik nergens van afhankelijk ben. Helaas heb ik daar niet altijd zin in of tijd voor. De man staat met veel gebaren uit te leggen hoe de lift zich weer in vouwt en de klep dicht gaat. Ondertussen ben ik binnen. Ik blijf luisteren naar de uitleg van de man. “Hoe weet je dit allemaal?” vraagt de vrouw aan de man. “Nou, bij ons in de flat woonde er een man die reed in een rode Mercedes, hij zat in een rolstoel die hij met zijn handen moest duwen. Iedere dag ging hij naar zijn werk in Amsterdam. Vaak stond ik even met hem te kletsen als hij thuis kwam. Hoe hij met zijn ziekte omging vond ik zo knap, je merkte niks aan hem. Nadat ik verhuisd ben zijn we het contact verloren.”


Ineens herken ik de man als een bewoner uit de flat waar mijn ouders wonen. De man waar hij over spreekt is mijn vader. Ik doe mijn best mijn tranen weg te slikken, langzaam rollen ze over mijn wangen. Verdriet van dit verlies uit zich zo vaak in de hele kleine ongrijpbare dingen. Deze keer ben ik blij dat ik al in de auto ben. Er is een stuk in mij wat het liefst de auto uit wil rennen en hard wil schreeuwen dat mijn vader plotseling en totaal onverwacht overleden is. Dat ik hem vreselijk mis en erg stoei met het leven en alles wat nu ineens anders is. Maar het heeft geen zin om toe te geven aan deze behoefte. Dus leg ik mijn boodschappen op de stoel achterin de auto, gooi ik mijn handtas daar bovenop en klim ik naar de bestuurdersstoel. Als ik naar huis rij gonzen de woorden van de man nog na in mijn hoofd. Thuis gekomen vis ik wat boodschappen van de vloer die van de stoel gleden toen ik misschien iets te schielijk door de bocht ging. Ik heb geen zin om te koken wat ik bedacht had en gooi alles maar in de koelkast.  

Vandaag eet ik friet, het feestmaal van mij en papa.  

woensdag 18 oktober 2017

Een lawine van rauwe rouw

Terwijl we bij de oogarts weglopen bedenken we spontaan even naar Ikea te gaan. Sommige dingen gaan nu eenmaal wel in ons hoofd, zoveel dingen waar we nog in dwalen. Er moeten nog nieuwe oogdruppels gehaald worden dus dat doen we dan maar in de ziekenhuis apotheek. Dan hoeven we niet helemaal langs huis en kunnen we direct de A12 opschieten. In de auto kletsen we wat over koetjes en kalfjes, zingen we de o zo bekende teksten mee uit Jesus Christ Superstar. Eenmaal binnen bij Ikea beginnen we met koffie en lunch, vooral de lunch was er bij mij een beetje ingeschoten. We besluiten dat we niet de hele showroom door gaan en nemen meteen de lift naar beneden. Afwasborstels, scharen, nog wat kookspullen verdwijnen in de gele tas. Bij de planten komen we de amaryllis tegen, mam vind ze vroeg dit jaar en besluit er twee mee te nemen. We zoeken een roze en een witte uit, de rode vallen iets minder in de smaak. Ik zet de plantjes op schoot zodat we beide onze handen vrij hebben om hand in hand door te lopen. Aan het begin van het magazijn is Ikea al in kerstsferen. De sfeer overvalt me keihard ineens zonder aan te kloppen. Mam geeft aan dit jaar misschien geen boom neer te zetten, maar als ze het doet doet ze het voor mij. "Waarom zou je het doen?" Vraag ik haar. "Nou ja het geeft toch een sfeer, een boom hoort er ook wel bij". "Mam, kerst is de eerste keer zonder pap en met oma ver weg. De sfeer hangt niet af van de boom dus als jij hem niet neer wilt zetten geef ik je daar groot gelijk in. Je kunt wel dat ding met die elektrische kaarsjes voor het raam zetten, dat lijkt me sfeer genoeg." Daarna verzinken we beide in onze eigen gedachten. De rijen zijn lang dus we sluiten maar ergens aan. Ik voel dat ik sta te vechten tegen de tranen die soms als een lawine over me heen komen. Ademhalen denkt mijn hoofd, jezelf afleiden dus zo neem ik de omgeving maar weer eens in me op. Ik probeer de prop in mijn keel weg te slikken. Wat gelukkig op dat moment ook lukt. Voor ons staat een vrouw met haar moeder en dochter, moeder heeft moeite met de lange rij die maar niet opschiet. Dochter heeft al een aantal keren gezegd dat ze ook even verderop kan gaan zitten, maar de moeder is eigenwijs. Als onze blikken elkaar kruisen bied ik aan dat ze wel even op schoot mag zitten als ze dan maar niet op mijn plantjes gaat zitten. Ze moet lachen en we kletsen wat waardoor het wachten sneller gaat.
Na het afrekenen lopen we terug naar de auto, altijd een beetje dwalend door het Ikea doolhof. Als ik de transfer naar mijn autostoel maak en de achterklep in het slot klikt komen de tranen alsnog. Ik leg mijn hoofd op de schouder van mam en piep: ik wil dat het nooit meer kerst wordt, ik wil geen boom, geen sfeer, geen lampjes, ik wil pap terug! Ondertussen snotter in mijn moeder haar jas onder. Mam probeert me te troosten, maar ook zij heeft geen woorden en alleen maar tranen. Om ons heen valt de wereld even stil. Dit is wat er nu is, te groot verdriet waarin we soms zo stikken. Zo voelt de eeuwig durende heimwee die dan zo tastbaar is. Mam verloor haar grote liefde, de man waarmee ze oud zou worden, degene waar ze toekomstplannen mee had. Ik verloor mijn vader, de man waar ik zo vaak kwam voor advies, degene die in mijn toekomstplannen een rol had. Samen moeten we verder. Samen vallen en samen opstaan. We hebben geen keus, hadden we die maar. Als de tranen zijn gestopt, de snotterneus is opgehaald start ik de auto om naar huis te rijden. Nasnikkend voeg ik in op de A12, soms rolt er nog een verdwaalde traan over mijn wang. Bij de benzinepomp halen we sigaretten. Ja mam je kunt je hele leven nog stoppen! Vandaag kunnen we weer even verder, samen en ook alleen.

Ook dit jaar wordt het kerst, maar nu nog even niet, de rouw is echt nog even te rauw...

vrijdag 13 oktober 2017

9 maanden, het is zoals het is

"Want je kunt niet zeker weten want alles gaat voorbij …”
Boudewijn de Groot

Vrijdag de 13e. Ik piep op zonder afspraak, geen haast vandaag of vroege afspraken. De ADL’er die opneemt is dezelfde als die mij 9 maanden geleden uit bed haalde. Terwijl ik nog even op haar wacht komen de herinneringen als vanzelf weer voorbij, alles was anders op die onstuimige vrijdag 13 januari. Die dag staat van minuut tot minuut in mijn geheugen gegrift, de details heb ik opgeslagen in iedere vezel van mijn zijn.
9 maanden geleden sloten we met dierbaren de kist van mijn vader en brachten we hem naar het crematorium. Nog een keer konden we dicht bij hem zijn, nog een keer konden we hem zien, nog een keer de laatste woorden zeggen. Terwijl ik de schroef in de kist sta te draaien voel ik dat alle grond onder mijn voeten weg wordt geslagen. Alsof ik val in een afgrond die geen einde heeft en waar ik me nergens aan vast kan grijpen. Zoals het vaak gaat in de waan van de dag weet ik me te herpakken en mijn automatische piloot doet wat er van mij verwacht wordt. Ik rij als eerste volgwagen achter de rouwwagen aan. Het klapperende vlaggetje op mijn ruit. Nog een laatste keer over het parkeerterrein bij de flat van mijn ouders. Er staat een buurvrouw op het balkon, ze zwaait ingetogen. Hoe vaak heeft ze daar niet staan zwaaien als mijn vader uit zijn werk kwam?
We wachten in de regen voor de poort van het crematorium, precies om half 5 luidt de klok en mogen we oprijden. Bim, bam, bim bam ondanks dat de ramen in de auto gesloten zijn dringt dit geluid dwars door alles heen. Een half uur later begint de dienst, luisteren we naar muziek, spreek ik mijn laatste woorden. De regen is gestopt als we achter de baar naar het crematorium lopen, om mij heen een raar soort stilte en rust. Ergens ver weg hoor ik de vriendin die naast mij loopt zeggen dat de bomen zo mooi afsteken tegen de hemel waar de dag zich langzaam voor de nacht verruilt. Onder het afdak, naast de kist zie ik hoe mensen de laatste eer aan mijn vader bewijzen, een knik, even stilstaan, de kist aanraken en nog bloemen neerleggen.
Ineens staat ze voor me, een vriendin die zo belangrijk voor me is, maar waarvan ik nooit had verwacht haar daar te zien. Op dat moment breek ik, stromen de tranen over mijn wangen en zoek ik bescherming bij haar, zo veilig en vertrouwd. Zij, mijn lichtpuntje op die veel te zware dag.
Als de stroom mensen weg is is het ons laatste moment van afscheid. De deur van het crematorium gaat langzaam open en mijn vader wordt naar binnen gereden.
Dit was het dan 34 jaar, 9 maanden, 4 dagen waarin mijn vader mijn aardse vader was. Weer het gevoel van eindeloos vallen en weer herpak ik mezelf,  we moeten naar de koffieruimte waar zoveel mensen op mij en mama wachten…

Vandaag 9 maanden later maak ik de balans op, kijk ik terug op verdriet, rouw, wanhoop, ontreddering maar ook op kracht, andere energie en mijn gevoel volgen.  Ik ben veranderd. Heb een leven voor en na het overlijden van mijn vader. Andere dingen zijn belangrijk geworden in mijn leven, kan en wil me niet meer druk maken over sommige dingen. “Ga je mee verdwalen? Ik weet de weg” was mijn levensmotto, heel voorzichtig veranderd dat in


Het is zoals het is …

woensdag 13 september 2017

8 maanden rouw, C'est la Vie...

De eerste herfststorm van 2017 is een feit. Terwijl de wind hard tegen mijn huis aan beukt en maar blijft loeien voel ik datzelfde in mij. 8 maanden geleden, fucking 8 maanden geleden, beleefde ik de meest onwerkelijke en surrealistische dag van mijn leven. Gebroken van verdriet en pijn reed ik achter een rouwwagen aan. De rouwwagen waarin mijn pap werd vervoerd. De dood had hem de zaterdag ervoor gevonden, gekust en meegenomen. De dood was ons allen te slim en te snel af geweest. Met lege handen en volledig gebroken bleven we achter. Niets was veranderd, ook niets gewoon en normaal meer.
Alles was tot in de minuscule puntjes geregeld voor de uitvaart op vrijdag de 13e, vele keren een appje vanuit paniek aan de uitvaartondernemer met de vraag of echt alles geregeld was. Steeds wist ze me weer gerust te stellen, stuurde ze me stukken toe, mocht ik de controle van haar houden die ik juist zo kwijt was. In de aula 8 maanden geleden zou ik mijn laatste woorden spreken. Ik wachtte op de knik, dit was mijn moment, het allerlaatste. Een soort oersterke kracht overviel me in combinatie met boosheid mijn speech, ieder woord, iedere lettergreep, iedere punt moest ik goed uitspreken. Iedereen in de zaal zou mijn verdriet voelen. Nog even mijn ogen op de kist gericht een paar seconde om dat gevoel een plek te geven. Een diepe ademhaling, trillende handen. Langzaam maar zelfverzekerd komen de eerste woorden uit mijn mond;

“Gekke, stoere, lieve lieve papa,

Afgelopen zaterdagavond werd ik letterlijk wakker in mijn grootste nachtmerrie.
Hoe hard ik mezelf ook knijp.
Hoe leeg en verlaten je rolstoel al dagen in jouw kamer staat.
Nog steeds besef ik me nauwelijks dat je er echt niet meer bent.

Jouw lijf er niet meer is om bij te schuilen.
Jouw hand er niet meer is om te high fiven.
Jouw ogen nooit meer stralen.
Jouw lippen niet meer praten.
Jouw mond er niet meer is om een kus te geven.

We nooit meer lachen zoals alleen wij dat kunnen.
We nooit meer knuffelen.
We nooit meer samen knalhard en vals zingen.
We nooit meer samen naar Scheveningen gaan.
We nooit meer aan tafel politiek en werk bespreken.
We nooit meer frietjes eten terwijl mama de bloemkool klaar heeft.

We nooit meer…

Er zijn gewoon teveel nooit meers…

De ergste is dat ik nooit meer tegen iemand papa kan zeggen”

Ik besluit mijn speech met de woorden:

“Op 15 april ben je 65 geworden.
Bij het cadeau wat ik je gaf schreef ik de volgende woorden:
Misschien zeg ik het te weinig en laat ik het te weinig merken, maar ik hou van je, pap…
Ik hou van je tot aan de maan en terug!!!”

De muziek wordt ingezet en ik rij terug naar mijn plaats. Daar barsten de tranen los, beseffen dat dit mijn laatste woorden waren. Buiten de aula stormt het steeds harder, in mij breekt een tijd los waar geen storm tegen op gewassen is. 8 maanden rauwe rouw, 8 maanden doelloos en verdwalend, 8 maanden waarin ik me afvraag waar ben je nou, maar ook 8 maanden waarin ik weet hoe eeuwig durende heimwee soms zo verschrikkelijk verstikkend kan zijn…


Ik vecht niet tegen de storm, dat heeft geen zin, vandaag mag het we even allemaal zijn. C’est la vie, dat zou pap gezegd hebben…