woensdag 7 juni 2017

Afscheid nemen, de klok tikt rouw door

7 januari - 7 juni 2017
5 maanden
21 weken
150 dagen
Minuten
Seconden

Hoeveel woorden zou ik de afgelopen maanden geschreven hebben? Hoeveel tranen zijn er over mijn wangen gerold? Hoeveel verhalen heb ik over jou verteld? Hoeveel uren heb ik wakker gelegen? Hoeveel keer keek ik naar de uitvaart of de foto's? Er zijn weinig minuten voorbij gegaan dat ik mijn pap niet mis en niet aan hem denk.
Als ik dit stukje schrijf is het rond 4 uur in de ochtend. Buiten waait er een harde wind en af een toe slaan de regenstriemen hard tegen de ramen. Verder is het zo vroeg in de ochtend nog stil. Er is nog geen nacht voorbij gegaan die ik uit heb geslapen zoals ik dat gewend ben. Gebroken nachten steeds weer. Soms zoek ik je, soms is het gemis in de donkere nacht te groot, soms angst dat mama ook zo plots gaat, maar vaak gewoon wakker zonder echt duidelijke aanwijsbare reden. Ik kan niets anders dan me er bij neerleggen dat het er voor nu gewoon bij hoort. De wereld van mijn rouw bestaat nog uit grijstinten, alles is anders, maar niets daadwerkelijk veranderd. Het gemis doet pijn.
Rouw is een begrip waar iedereen zelf een invulling aan moet geven. Er is niemand die je kan vertellen hou je het best of makkelijkst kunt rouwen. Simpelweg omdat er geen makkelijke en simpele weg is. Rouw is snoeihard werken ook met energie die er helemaal niet is. Rouw slaat mij lam en zelfs een beetje passief. Ik kan het niet een dagje uitzetten en terug naar toen alles nog "normaal" was. Vele boeken beschrijven een ongrijpbaar en grillig proces. Waarin afscheid, herinneringen en rituelen centraal staan. De clichés over rouw die ik ken blijken allemaal waar. In tijden van rouw leer je echte vrienden kennen. De vijf stadia van rouw die rommelig door elkaar heen lopen. Buitenstaanders die het lastig vinden er wat over te zeggen of te vragen. Laatst had ik het met een vriendin over afscheid nemen, zij verloor haar moeder anderhalf jaar geleden. In die tijd deed ik achteraf gezien de stomste dingen, toch probeerde ik er voor haar te zijn. Soms sloeg ik de plank volledig mis. Vaak gewoon een suf kaartje of een berichtje om te laten weten dat ik haar niet vergeten was.
Het begrip afscheid is voor ons bij de deur, 3 dikke zoenen een knuffel en dan zwaaien we; "doeg, tot ziens" en roep ik "laat even weten als je thuis bent". Voor ons is dit afscheid we weten dat we elkaar een volgende keer weer zien.
En daar stond ik 7 januari rond half 11 ’s avonds, bij het lichaam van mijn vader, afscheid te nemen. Alleen had ik geen idee hoe ik dat moest doen. De factor nooit meer maakte het nog ingewikkelder. Dit kon toch niet? Jong, niet ziek, nog van alles te bepraten. Hoe kon ik afscheid nemen van mijn papa waar houden van nog verder gaat dan de maan en terug?! Werkelijk iedere emotie vloog ongrijpbaar door mijn hoofd en lijf. Ingestort verdrietig, maar ook een lach. Alles was er zonder dat ik daar enige invloed op had. Ik bevond me in een rare roes tussen slaapdronken en te helder wakker. Moest nadenken over de gekste dingen. Tijd inkopen bij het crematorium en de kleur van een kist kiezen. Als ik de afgelopen 5 maanden in woorden samenvat kom ik uit op puurheid, (ver)dwalen in rouw gemis.

Er zijn uren dat de chaos in mijn hoofd explodeert.
Er zijn uren dat het verdriet ondragelijk groot is.
Er zijn uren dat de gekste herinneringen naar boven komen..
Er zijn uren waarin ik je maar blijf zoeken, gefrustreerd omdat ik je niet vind.
Er zijn uren waarin ik denk dat ik alles heb gedroomd.


De klok tikt door, steeds maar weer…

dinsdag 16 mei 2017

Mijn vader, de wind...

15 mei 2017

Dag 127, ik heb het tellen van de dagen overgelaten aan een app. Scheelt stress, als ik zelf soms de tel kwijt ben. Dit is iets waar ik steeds vreselijk in kan verdwalen. Het gereken met dagen kost me soms uren. We zijn pas 18 weken en 2 dagen verder, ik weet op de minuut nauwkeurig wat ik deed in de dagen die volgenden op jouw plotselinge heengaan.
Als ik vandaag in de auto onderweg ben naar het zwembad, hoor ik op de radio ren Lenny ren een nummer van Acda en de Munnik. Ik vraag me al jaren af waar dit nummer nou eigenlijk echt over gaat. Zing het van A tot Z mee. Deze keer raken de woorden me zoals ze nog nooit hebben gedaan. In de auto komen de woorden snoeihard en rauw binnen.

Zoek me om je heen als je voelt dat je me mist
Ik weet gerust wat mijn vertrek heeft aangericht
Ik kom wanneer je wilt
Denk maar mijn vader is de wind
Ik ben zo licht nu
Ik vind altijd je gezicht

Zoek me om je heen als je boos bent of verdrietig
Of vertellen wilt van wat je hebt beleefd
Ik kom wanneer je wilt
Ik ben je vader toch, de wind
En veel verschilt het niet van hoe snel ik heb geleefd

Als het pannen van daken waait
Als het gras naar je voeten graait
Als de wind langs je wangen aait
Hier ben ik!

Als de zee je met schuim bezingt
Als het huilen langs huizen klinkt
Als de wind je voorover dwingt
Hier ben ik!

Ren Lenny ren
Als je me mist ren even heel hard met me mee
Ren Lenny ren
En ben je boos, heb je geen zin
Ren dan toch hard tegen me in
Ren Lenny ren

Zoek me in de bomen
Zie de toppen zwaaiend gaan
Ik ben je vader de wind, ik kom er aan!
Zoek me in de havens
En als de boten langzaam dansen gaan
Je vader, de wind komt er aan!

Als het graan op de velden wuift
Als het zand over duinen stuift
Als de wind zelfs je fiets verschuift
Hier ben ik!

Als het haar voor je ogen waait
Als je jas om je lichaam draait
Als de wind langs je wangen aait
Weet dat ik je mis!

Ren Lenny ren
Als je me mist ren even heel hard met me mee
Ren Lenny ren
En ben je boos, heb je geen zin
Ren toch, maar hard tegen me in
Ren Lenny ren n n n

De tranen komen als vanzelf en rollen stilzwijgend over mijn wangen. Weer tranen, soms kan muziek zo triggeren in het verdriet. Ik laat de tranen gaan, zonder oordeel, zonder gene, ze mogen er zijn. Nadenkend over de tekst rij ik rustig door naar het zwembad, het lijkt alsof ik ineens minder haast heb. dat ene kleine moment van even rust overvalt me. 
Mijn vader; de wind. Ik zoek je om me heen… omdat ik je met de dag erger mis. Het gat lijkt steeds groter te worden er is nog even niets wat dat op kan vangen. Ik besef me dat je altijd om me heen bent en zal zijn. Dat je binnen komt via de roosters van mijn huis, open deuren, ramen en ik je altijd op kan zoeken bij het water. Al kan ik je niet meer zien, horen, ruiken en voelen toch ben je zo ontzettend dichtbij. Want de wind is altijd wel ergens. Windstille dagen kunnen er niet meer zijn, niet meer in mijn leven. Ik zal de wind blijven zoeken steeds weer, zolang ik leef. Even hoef ik minder te verdwalen op zoek naar jou en doe mijn auto raam open. Je komt hard met een hoop gedender binnen. Gooit mijn haar door de war, droogt mijn betraande wangen. Ik huiver. 

De wind zal me de komende tijd wijzen in mijn kwetsbaarheid, verdriet en wanhoop. Er komen dagen dat ik mee zal waaien, zoals de bloemen in het open veld. Doelloos, ontreddert op zoek naar houvast. Een beetje controle los laten en vertrouwen op de weg waar ik naartoe waai. Toch zal ik wanneer ik dat nodig acht tegen de storm in gaan. Dan kies ik mijn eigen weg, hoe hobbelig ook. Nimmer zal de wind krachtig genoeg zijn om me volledig omver te blazen. Mijn ouders noemde me 35 jaar geleden Petra. De betekenis is rots. Mijn naam verwijst naar vastheid en betrouwbaarheid; rotsvast. Hoe hard de wind zal waaien in mijn leven alleen zon, wind, zand en water hebben invloed op de structuur...

“Hoe recht je staat. 

Heeft met zwaarte niets te maken. 

Hoogstens met de wind…”

zondag 7 mei 2017

Verdwalen in rouw

Steeds begin ik opnieuw met woorden op papier te zetten. Ik wil ze vastleggen zodat ik ze heb en terug kan lezen. Dat ik dan weer kan voelen hoe ik mij nu voel, hoe groot de verwarring is, hoe ik zoek maar niet vind. Ik wil alles vasthouden en bij me houden. Dit is hoe ik ben veranderd in een onveranderde situatie. Alleen krijg ik de echte emoties niet goed op papier. Daar zijn het misschien ook emoties voor, anders waren het wel woorden geweest. Toch blijf ik het iedere keer weer proberen, al merk ik dat de pogingen vaak tevergeefs zijn. Mijn lat ligt hoog, zoals hij altijd heeft gelegen dat hoort bij mij, in rouw hoort dit dus ook bij mij. Alles moet goed en perfect. Er is niets meer wat we over kunnen doen. Schrijven helpt me een beetje om de dikke wollige en warrige mist in mijn hoofd dragelijker te maken.

Ik vertil me zo aan het leven de laatste maanden. Ben zo zoekende. Weet eigenlijk ook niet goed wat ik zoek. Ik zoek jou. Jou die we in enkele ogenblikken hebben moeten overdragen aan de dood die zo plotseling verscheen. De dood komt zonder aankondiging. Ineens is hij er, maar is weer weg tegen de tijd dat ik hem had kunnen aanspreken en vertellen dat er iets verkeerd was gegaan op zijn to-get-lijstje.  Je was niet ziek, had plannen zat en pas 65 jaar. Te jong om al gehaald te worden. Ik heb altijd geloofd dat alles een reden heeft, dat niets toevallig of zomaar is. Welke reden heeft dit? Hoe lang ik er over nadenk het blijft stil. Nu sta ik met lege handen, verslagen en berooid. Zijn er echte gaten in het leven. Jouw vertrek heeft een krater geslagen, een wond waarvan ik nu al weet dat deze nooit helemaal zal helen, omdat dat is wat gemis, verlies en rouw doet,

4 maanden, 117 dagen. Ik blijf tellen. Het lijkt alsof tellen me nog enigszins op de been houdt. Het geeft structuur. Zodat ik iedere dag weet hoe ver je al weg bent in tijd. Iedere seconde is een minuut bij je vandaan. Ook vertelt de kilometerteller in de auto hoeveel kilometers ik al zonder je heb gemaakt, al bijna 4500. Raar dat mijn hoofd juist dit soort onbenullige dingen onthoud en als belangrijk ziet. Terwijl ik regelmatig in de supermarkt me sta af te vragen wat ik ook alweer moest halen, de verkeerde wegen kies naar een afspraak en ineens weer voor mijn eigen deur sta, afspraken vergeet en niet altijd even goed voor mezelf zorg. Het is soms zo dwalen en verdwalen. Hoe langer je weg bent hoe groter het gemis lijkt te worden. Alsof het stof eerst moest neerdwarrelen voordat we de schade konden bekijken.
Acceptatie schijnt het toverwoord te zijn. Als ik accepteer dan vergaat ook de hoop. De hoop op wat?! Natuurlijk weet ik dat je niet terug komt, dat het vast goed is daar waar je nu bent, dat dit mijn levensweg met jou was, dat dit een definitief einde is. En toch?! Toch hoop ik het stiekem wel, hoop houd me nu ook even op de been, dat sprankje laat ergens diep van binnen een minuscuul lichtje branden…

Als ik je ’s nachts kwijt ben.
Als de nacht te donker om me heen voelt.
Als het lampje op mijn slaapkamer te weinig licht geeft.
Dan open ik het gordijn.
Zoek ik de maan.

Omdat in mijn verdwalen “ik hou van jou tot aan de maan en terug altijd zal blijven bestaan…”

maandag 3 april 2017

Een kaart met gemis

Even een paar dagen met een goede vriendin op zoek naar rust, na deze veel te hectische afgelopen periode. Hopen dat ik ver van huis even tot mezelf kan komen en een pas op de plaats kan maken met betrekking tot alles wat ik doe en mijn gevoel van soms alles overheersend verdriet. Zon, zee, genieten en even echt helemaal niets, ik ben er zo ontzettend aan toe.

En dan schrijf ik de vakantiekaarten. Aan oma waar ik kort in grote onhandige letters op schrijf dat we het goed hebben. Oma klaagt altijd dat de (klein) kinderen onleesbaar schrijven, maar toch doe ik dit jaar mijn uiterste best op het korte zinnetje. De kaart voor mama stel ik nog even uit. Ik heb hem al wel een paar keer in mijn handen gehad maar aan dat onbestendige gevoel in mijn onderbuik wil ik nog geen aandacht geven. Eerst even de focus op de andere kaarten. Op de kaarten aan vrienden schrijf ik zonder omwegen alle avonturen, teken ik een zonnetje met de temperatuur en natuurlijk mag het cocktail glas inclusief rietje niet ontbreken. De ene kaart nog scherper qua tekst dus leuk om te krijgen.
Dan die laatste kaart. Lang staar ik naar de verschillende gekleurde huizen aan een groen blauwe oceaan, ik neem alle details van de kaart in me op. Langzaam draai ik de kaart om, pak mijn pen op en ineens zijn daar de tranen die ik niet meer kan stoppen. Ze rollen onhandig langs mijn zonnebril, sommige vallen op de ongeschreven kaart. Het besef dat ik nooit meer papa en mama op een kaart kan schrijven overvalt me plotseling en hard. Komt keihard binnen. Snikkend pak ik mijn pen en langzaam schrijf ik het adres op de daarvoor bestemde regels. Nog niet de naam; mama staat stom, haar voorletter en achternaam is ook niks, voornaam kan ook niet. Lang weeg ik alle opties af, maar geen een voelt juist. Ik kies er maar een uit al merk ik meteen mijn ontevredenheid, echt niks is goed. Als ik aan het stuk tekst wil beginnen, waait er een storm door mijn hoofd, is alles mistig en grijs zoals zo vaak de laatste tijd. Ik probeer wanhopig mijn hersencellen bij elkaar te roepen zodat zij samen kunnen werken om mij op de juiste woorden te brengen. Hoe kan ik iets zeggen over dat we het goed hebben maar dat ik papa zo vreselijk mis?! Juist op deze hele kleine momenten is het gemis weer veel te groot. Waarin het gewone in een vingerknip ongewoon is geworden.
De tranen zijn niet meer te stoppen, soms moet ik even met mijn hoofd omhoog omdat ik niets meer zie, verblind. Ik doe verwoede pogingen de tranen te stoppen, rust te vinden om verder te kunnen schrijven. Boos en verwonderd veeg ik de tranen met een zakdoek uit mijn ogen. Het helpt nog niet erg. Met langzaam ademen voel ik dat ik iets rustiger word. Rustig genoeg om mijn zakdoek in te ruilen voor de pen. De warme wind waait om mij heen, verwarmt me. Ik ruik de zoute zee, als frisse geur. Ik hoor het aanspoelende repeterende water opspatten tegen de rotsen. Al mijn zintuigen zijn hard aan het werk, nu mijn hersencellen nog. Als ik iets bedaard ben schrijf ik op de kaart dat ik ook ver weg papa vreselijk mis, dat ik het niet eerlijk vind dat ik hem niet meer op de kaart kan zetten. Dat ik hem nooit vergeet. Ik besluit de kaart met ik hou van je mam…


12 weken en 6 dagen na het plotselinge en totaal onverwachte overlijden van mijn vader schreef ik de eerste vakantiekaart vanaf Curacao. Het gemis is nog steeds te rauw.

zondag 5 maart 2017

53 dagen gemis

53 dagen ...
53 dagen te stil, te groot, te ongrijpbaar
Konden we maar terug in de tijd!

De laatste kaarten druppelen binnen, de rouwboeketten zijn verdord, af en toe nog een telefoontje van iemand die via via heeft begrepen dat, wat lieve vrienden die regelmatig langskomen, maar het leven is heel hard verder gegaan. Dat van mij is veranderd, alles is anders maar niets daadwerkelijk veranderd. Deze week schrijven we de bedank kaarten, ik ben blij met mijn eigen tekst, met de foto die we hebben gemaakt. Ondanks dat ik de tekst honderden keren heb gelezen voel ik ook onrust. Kan ik de woorden niet vinden. Het lukt niet, hoe hard ik ook probeer de juiste te vinden. Gewoon omdat ik ze niet wil schrijven. Mijn hoofd en lijf willen niet rouwen, geen afscheid nemen van pap, hij moet terug aan zijn plek aan de tafel en niet in een of ander suf fotolijstje met een kaarsje erbij. Mijn lat ligt hoog want die kaarten zijn het laatste wat we nog kunnen doen. Doen op onze eigen manier, daarna is er niets meer. De herinneringen, een enorm gat, leegte, stilte... Dan is alles geregeld en wat moet ik dan doen?
De tranen komen op de gekste momenten, maar altijd als ik ze niet verwacht. Twee weken geleden haalde we de as op. Mijn beste vriend was mee, ik zou pap hoogst persoonlijk in mijn eigen auto vervoeren. De auto van Erna is niet goed genoeg, al is die wel ontzettend netjes gewassen ten opzichte van mijn vuilnisbak. Dit keer geen gedoe met 2 rolstoelen, pap stond netjes tussen de voorstoel in zijn asbus en die zat weer in een grijs kartonnen tasje. Het enige waaraan ik wist dat het pa was was een witte sticker met zijn naam en zijn laatste nummer van het crematorium. Toch had ik me voorbereid op tranen, alleen bleven die uit. Als een stoere Harry haalde ik op wat er over was. We lachten om de zwaarte van de asbus, we zongen hard en vals in de auto, met een klein excuus naar pap. Nu staat hij bij Erna in een kastje, geduldig te wachten wat we met de as gaan doen.
De zondag erop reed ik samen met mam naar Friesland, we laten van de kleding van pap een herinneringsdeken maken. Op de terugweg draaide we de cd van Jezus Christ Superstar. De avond voor het overlijden zijn we als gezin met een vriendin naar de musical in Den Haag geweest, niet wetende dat ik pap daarna nooit meer zou zien. En daar op de terugweg liepen de tranen over mijn wangen, waren ze niet meer te stoppen en het gemis was ineens te groot, te aanwezig, te heftig...

Soms stik ik in het verdriet
Vraag ik me af waar hij nu is
53 dagen te veel nooit meer
53 dagen ...

Rauwe rouw

Rouw is er ineens. Zoals aan jou de dood verscheen staat bij mij aan de deur rauwe rouw. Ook al doe ik mijn best rouw buiten te laten staan ik win het niet. Samen vechten we al 5 weken. De 5 weken dat jij er niet meer bent. We zijn over gegaan naar weken tellen, het zijn geen dagen meer, er is zelfs al een maand voorbij. Rouw overvalt me gewoon, hoe stoer ik soms ook probeer te zijn. Er zijn echt momenten dat tranen niet uitkomen. Met mijn gevoel in een dikke mistige wolk en een hart wat zachtjes klopt onder een dikke laag met ijs. Is missen zo overheersend aanwezig. Wat ik ook doe het haalt me altijd in. De kaartenstroom houd langzaam op, de telefoon gaat steeds wat minder, het leven is voor anderen doorgegaan. Er wordt nog gevraagd hoe het met me gaat maar mensen vinden het lastig echt te luisteren, even stil te staan bij mijn verhaal. Ik weet niet of dit ooit over gaat, maar juist nu wil ik over jou vertellen. Iedere dag weer. Ik wil niet dat je er niet meer bent, mijn ik kan er niet aan wennen. Zal dat ooit gebeuren. In mijn droom zoek ik je, in mijn wakker zijn ook, verdwalend op mijn eigen levenspad. Vind ik een vlinder die me de weg zal wijzen...

maandag 4 juli 2016

Beste spierziekte

Hoe zou het zijn als jij niet zoveel impact in mijn leven zou hebben? Als jij er niet voor had gezorgd  dat ik op mijn 17e de keus voor een elektrische rolstoel had hoeven maken.  Als ik geen tillift hoefde te hebben  omdat transfers  soms gewoon niet lukken? Als ik niet in een toegankelijke woning had gewoond? Als ik niet afhankelijk zou zijn  van die soms echt stomme zorgverleners? Als ik gewoon fulltime zou kunnen werken zonder dat jij mij terugfluit omdat het allemaal teveel is? Als ik gewoon in de trein kon springen en nooit van tevoren hoef na te gaan of iets toegankelijk is? Als ik niet steeds weer mensen aan moet sturen als ik iets in een kastje wil hebben maar het gewoon zelf kan doen? Als ik gewoon kan strijken, boodschappen sjouwen en geen belemmeringen heb? Als ik niet bang hoef te zijn in een ziekenhuis? Als ik nooit hoef na te denken of iets  teveel energie kost en het daarom laat voor mezelf of voor anderen? Als ik me niet bezwaard zou voelen omdat er voor mij altijd net andere dingen geregeld moeten worden? Als ik niet steeds hoef te vechten voor mijn zelfstandigheid? Als ik nooit hoef na te denken of je verergert en wat ik dan niet meer kan? Als ik niet het dilemma was tegengekomen of  mijn kinderen jou erven? Als ik echt op mijn lijf zou kunnen  vertrouwen? En als ik ergens last van zou hebben, dat dat dan gewoon een beetje hoofdpijn zou zijn  in plaats van 2 benen voor de sier?

Denk jij  dat ik dan heel anders  was geweest? Dat ik mijn rugzak om had gedaan en de wereld zou hebben rondgereisd? Dat ik andere studiekeuzes zou hebben gemaakt? Dat ik nu 4 hoog achter zou wonen  en iedere week mijn boodschappen de trap op zou zeulen? Dat ik alleen maar in een ziekenhuis zou komen als ik bij anderen langsging?  Dat ik nu een gezin met kinderen had gehad? Dat de enige reden waarom ik te laat op mijn werk kwam zou zijn omdat opstaan niet mijn beste kwaliteit is? Dat ik zou hardlopen en andere sporten fanatiek zou beoefenen? Dat ik zou schommelen, rennen, springen? Denk je dat alles me dan als vanzelf zou  komen aanwaaien? 

Maar spierziekte, al zit ik vol  met vragen, er komen  toch nooit antwoorden. Tenminste niet van jou.  Jezelf dingen afvragen hoort bij het leven en iedereen heeft zo zijn eigen vragen. Ik heb  met je te leven of ik nou wil of niet. Jij hoort bij mij. Jij maakt mij tot wie ik ben. Jij zorgt voor ontwikkeling. Niet alleen van mezelf maar ook van mensen in mijn omgeving. Jij zorgt er voor dat ik er voor strijd om zo zelfstandig mogelijk te zijn, met wat ik wel en ook niet kan. Jij zorgt ervoor dat ik een heel fijn netwerk heb met mensen waarop ik kan steunen als dat nodig is en die op mijn kunnen steunen. Jij zorgt voor onverwachte ontmoetingen. Mensen die me dingen vertellen die ze niet zomaar met iedereen delen. Jij zorgt voor een baan waar ik onwijs veel plezier in heb met collega’s die me accepteren en respecteren. Jij zorgt ervoor dat ik een voorbeeld mag zijn voor mensen die net ziek zijn en bij wie hun lijf hun soms in de steek laat. Jij zorgt ervoor dat ik strijd om dingen die echt belangrijk zijn. Jij zorgt ervoor dat ik kan genieten van die hele kleine momentjes. Jij zorgt ervoor dat ik trots in de file sta, want  door mijn auto heb ik zelfstandigheid. Jij zorgt ervoor dat ik om je kan lachen als we in onmogelijke toiletten staan te klungelen. Jij zorgt ervoor dat ik soms heel verdrietig ben omdat ik het idee heb dat ik controle over mijn lijf verlies. En ja, jij zorgt ook voor angst, want wat heb je nog meer voor me in petto en wat brengt de toekomst?

Maar  gelukkig zijn er ook dingen waar jij geen invloed op hebt;  zo is het heerlijk om je soms te kunnen vergeten omdat ik mijn hersens ergens voor in kan zetten en mijn lijf dan even niet nodig heb.


Spierziekte, ik haat je en ik heb je lief.